K3 B 22.483

De K3 rijtuigen, gebouwd midden de jaren 50, waren een afgeleide van de K1 rijtuigen van net na de Tweede Wereldoorlog. De K3’s werden gebouwd in een 100 tal exemplaren. Kenmerkend is het ontbreken van de typische klinknagels op de kast en de ventilatoren “Schepens” die geplaatst werden op het dak in plaats van de “Torpedo’s” waar de vorige reeksen mee uitgerust waren.

In de jaren 1950, werden bepaalde rijtuigen uitgerust voor elektrische verwarming en daarmee de gelijknamige tractie.

In 1956 verdwijnt de derde klasse. In feite is het de luxueuze eerste klasse die geschrapt wordt, en worden de andere twee klassen hernummerd (houten banken in het tweede klasse worden standaard op bestaand materieel). Gemengde rijtuigen, eerste/tweede klasse en de tweede klasse rijtuigen worden daarmee de “nieuwe” eerste klasse.
De K3 rijtuigen bleven op binnenlands en internationaal vervoer in dienst tot in de jaren 90.

De K1/K3 rijtuigen vonden sinds hun uit dienst name de weg naar vele toeristische spoorwegen in België (PFT CFV3V), Nederland (nl: SSN ZLSM) en zelfs in Groot-Brittannië (in: Nene Valley Spoorwegen).

Rond 2000 heeft Stoomcentrum Maldegem 3 K3 rijtuigen gekocht en ingezet op de museumspoorlijn. Deze rijtuigen stonden afgesteld in Merelbeke. Door een herverdeling van het materieel, en de mogelijkheid dat vzw Stoomcentrum Maldegem ander materieel kon verwerven via de NMBS, zal er slechts 1 K3 rijtuig meer overblijven in SCM.